Twee soorten vochtmeters, twee soorten getallen

Een pinmeter (weerstandsmeter) heeft twee metalen pennen die u in het materiaal drukt; hij meet de elektrische weerstand ertussen, die daalt naarmate er meer water zit. Hij is nauwkeurig in hout en pleister, maar meet alleen het oppervlak en laat gaatjes na. Een capacitieve meter (ook wel contactloze of balmeter) legt u plat tegen de muur; hij meet een elektrisch veld tot 2 à 4 cm diep zonder beschadiging. Hij is ideaal om snel een hele muur af te tasten, maar zijn schaal is relatief: 0 tot 100 of 0 tot 200 zonder eenheid.

Het belangrijkste om te onthouden: een capacitieve meter is een vergelijkingsinstrument. De absolute waarde zegt weinig, het verschil tussen een droge en een verdachte zone zegt alles. Zouten en metalen leidingen in de muur drijven de waarde bovendien kunstmatig op.

Normale en kritieke waarden per materiaal

Voor een pinmeter in massaprocent gelden deze richtwaarden. Baksteen en metselwerk: onder 3% droog, 3 tot 5% verhoogd, boven 5% nat en boven 10% verzadigd. Pleisterwerk (gips of kalk): onder 1% droog, boven 2% nat. Hout (plinten, balken, kozijnen): 8 tot 14% normaal, boven 18% risico op schimmel en rot. Beton: onder 3% droog, boven 4% nat. Capacitieve meters tonen meestal een kleurcode of een schaal; houd aan dat een verschil van 30 tot 40 punten tussen twee plekken op dezelfde muur een reëel vochtverschil is.

Meet altijd een referentie: een muur op de verdieping of een binnenmuur waarvan u zeker weet dat hij droog is. Uw 'normale' waarde is die van uw eigen woning, niet die uit de handleiding.

Zo meet u zodat het resultaat iets zegt

Meet in een raster: op 10, 30, 60, 90 en 120 cm hoogte, en dat om de halve meter langs de muur. Noteer de waarden. Een muur met opstijgend vocht toont een duidelijk profiel: hoge waarden onderaan die geleidelijk dalen tot ze rond de 80 à 120 cm de referentiewaarde bereiken. Doorslaand vocht toont geen hoogteprofiel maar een plek, meestal op de gevel aan de regenkant en erger na een natte week. Condensatie meet u vooral oppervlakkig, in hoeken en achter meubels, en de waarde zakt zodra u een paar dagen goed verlucht. Een lek is een scherp begrensde vlek die nat blijft, onafhankelijk van het weer.

Meet ook op verschillende momenten: 's ochtends na een nacht met de verwarming uit, en na een regenperiode. Een muur die alleen na regen hoge waarden geeft, heeft bijna zeker een gevel- of dakprobleem. Meer over de signalen leest u in opstijgend vocht herkennen.

Waarom een hoge waarde nog geen diagnose is

Een vochtmeter meet water, niet de oorzaak. En hij meet vooral het oppervlak. Zouten in oud metselwerk, die zelf hygroscopisch zijn en vocht uit de lucht aantrekken, geven hoge waarden ook als de bodem al lang geen water meer levert. Omgekeerd kan de kern van een dikke muur verzadigd zijn terwijl een pas geschilderde oppervlaktelaag droog meet. Daarom werkt een specialist met een carbidemeter (CM-meting) of met boorkernen uit verschillende dieptes: die geven het werkelijke vochtgehalte in de kern en, in combinatie met een zoutanalyse, het antwoord op de vraag of de muur nog actief water opzuigt.

Die meting is bij erkende vochtbestrijders meestal onderdeel van het gratis plaatsbezoek. Ze bepaalt of een muurinjectie (€40–€80 per meter) zin heeft, of dat u met een gevel- of ventilatieprobleem zit waar injecteren niets aan verandert. Zelf injecteren op basis van een bouwmarktmeter is precies de fout die we beschrijven in zelf muren injecteren.

Vochtmeten na een behandeling

Na een injectie is de vochtmeter wél een nuttig controle-instrument. Meet op dezelfde rasterpunten als vooraf en herhaal dat elke maand: de waarden onderaan moeten over 3 tot 6 maanden gestaag dalen richting uw referentie. Dalen ze niet, dan is de behandeling onvolledig of was de diagnose fout, en dat wil u weten binnen de garantietermijn. Een specialist die een vochtmeting vóór en na de werken schriftelijk vastlegt, geeft u daarmee het bewijs dat u nodig hebt als het ooit misloopt.

Twijfelt u over uw metingen? Via de Vochtcheck komt een erkende specialist langs met professionele meetapparatuur, gratis en vrijblijvend, en krijgt u meteen tot 4 offertes als er een behandeling nodig blijkt.

Veelgestelde vragen

Welk vochtpercentage is normaal in een muur?

Een droge bakstenen muur meet met een pinmeter doorgaans onder de 3 procent (massa), pleisterwerk onder de 1 procent, hout 8 tot 14 procent. Waarden boven 5 procent in metselwerk wijzen op een structureel vochtprobleem; boven 10 procent is de muur verzadigd. Capacitieve meters tonen een eigen schaal (vaak 0 tot 100 of 0 tot 200) en zijn alleen bruikbaar om te vergelijken, niet als absoluut getal.

Welke vochtmeter is het beste voor muren?

Voor een eerste indruk een capacitieve meter (meet 2 tot 4 cm diep zonder gaten, €30 tot €60). Wie precies wil weten wat er in pleister of hout zit, gebruikt een pinmeter. Specialisten gebruiken daarnaast een carbidemeter of boorkernen om het vocht in de kern van de muur te bepalen, en dat is de meting die voor een diagnose telt.

Is een vochtmeting door een specialist gratis?

Bij de meeste erkende vochtbestrijders is de meting onderdeel van het plaatsbezoek voor een offerte en dus gratis en vrijblijvend. Een losse vochtexpertise met schriftelijk rapport, bijvoorbeeld voor een aankoop of een geschil, kost €150 tot €400.